Kinderen horen bij hun ouders. Toch dreigen nieuwe asielwetten gezinsleden jarenlang van elkaar te scheiden, kinderen in onzekerheid te laten opgroeien en broers en zussen uit elkaar te trekken. Christelijke partijen hebben nu de kans om dat te voorkomen. Dat schreef Otto Kamsteeg van OnMigration in een opiniestuk voor het Reformatorisch Dagblad.

Het gezin is een hoeksteen van onze samenleving. Dat geldt net zo goed voor gezinnen die vluchten voor oorlog of geweld als voor gezinnen hier in Nederland. In de christelijke traditie delen we de overtuiging dat gezinnen bescherming verdienen. Toch staat die overtuiging dit najaar onder druk. De Eerste Kamer stemt dan over nieuwe asielwetten die ouders en kinderen uit elkaar zullen trekken en gezinnen jarenlang in onzekerheid laten leven.

De afgelopen tijd ging het debat vooral over de strafbaarheidstelling van hulp aan mensen zonder papieren. Daarover klonk, ook binnen christelijke kring, veel kritiek. Maar veel minder aandacht ging uit naar een ander gevolg van deze wetten: ze maken het voor vluchtelingengezinnen bijna onmogelijk om samen in veiligheid te leven.

Gezinnen in de knel
De nieuwe asielwetten zetten hoge muren op voor vaders of moeders die hun land ontvluchtten, maar hun gezin moesten achterlaten.

De eerste barrière is de wachttijd voor gezinshereniging. Onder de nieuwe wetgeving mag een ouder dat pas na twee jaar aanvragen, en alleen wanneer hij of zij eigen huisvesting en voldoende inkomen heeft. In de praktijk betekent dit dat gezinnen jarenlang gescheiden blijven, terwijl familieleden achterblijven in onveilige omstandigheden.

De tweede barrière is de leeftijdsgrens bij gezinshereniging. Nu mogen kinderen nog overkomen zolang ze niet zelfstandig wonen of werken. Straks vervalt dat recht zodra een kind 18 jaar is. Een gezin met kinderen van 11, 15 en 19 jaar mag dan alleen de twee jongste laten overkomen, terwijl het oudste kind alleen achterblijft in de situatie waaruit de rest van het gezin is gevlucht.

De derde barrière is de voortdurende onzekerheid over de toekomst. Het uitzicht op een permanente verblijfsvergunning na vijf jaar verdwijnt. De vergunning wordt telkens tijdelijk verlengd, zonder uitzicht op een vaste status. Zelfs na twaalf of vijftien jaar verblijven deze gezinnen formeel ‘tijdelijk’ in Nederland. Kinderen die hier opgroeien, naar school gaan en hun vriendenkring hebben, leven dan met de dreiging van uitzetting naar een land dat zij nauwelijks kennen.

De Raad van State waarschuwde in haar advies op 5 februari al dat deze maatregelen het recht op gezinsleven ernstig onder druk zetten.

Zorg voor gezinnen als gedeelde waarde
Binnen christelijke kring lopen de meningen uiteen over hoe streng of ruimhartig het asielbeleid zou moeten zijn. En dat is prima, want asielmigratie is complex en vraagt een zorgvuldige afweging. Maar er is ook een brede overtuiging die ons verbindt: gezinnen moeten bij elkaar blijven.

Wie het gezin hoog in het vaandel heeft, kan niet instemmen met een wet die gezinnen uit elkaar trekt en kinderen opzadelt met jarenlange onzekerheid. Wie het gezin liefheeft, beschermt het, ook als dat gezin uit Syrië of Eritrea komt.

Een gezamenlijke verantwoordelijkheid en kans
Als alle christelijke partijen tegenstemmen, is er geen meerderheid voor deze asielwetten in de Eerste Kamer. Dat geeft christelijke partijen de kans om, over partijgrenzen heen, te kiezen voor wat hen bindt: het gezin en de bescherming van kwetsbare levens.

In zo’n beladen vraagstuk is het belangrijk dat politieke keuzes geworteld blijven in waarden rond gezin en geloof. Daarom is dit het moment om onze stem te laten horen bij de politieke leiders die ons vertegenwoordigen. Laten we hen aansporen om gezinnen, waar ze ook vandaan komen, samen te laten leven in veiligheid. Zodat kinderen samen opgroeien, met hun ouders aan de keukentafel, in vrede.